‘Ambassadeurs’ bijeen voor toekomstvisie

‘Ambassadeurs’ bijeen voor toekomstvisie

 

De gemeente Haaksbergen werkt aan haar Toekomstvisie 2030. Alle geledingen van de samenleving worden er bij betrokken. Bij het opstellen van de visie is de inbreng van de inwoners van Haaksbergen cruciaal. Daarom heeft de gemeente ongeveer veertig Haaksbergenaren uitgenodigd om ‘ambassadeur’ van het visietraject te zijn. Op dinsdagavond 26 oktober vond de eerste workshop met de ambassadeurs plaats.

 

Ambassadeurs zijn personen die, bijvoorbeeld als voorzitter van een vereniging, directeur van een instelling, of leider van een onderneming, weten wat er in Haaksbergen speelt en een mening hebben over hoe Haaksbergen er in 2030 moet uitzien.Afgelopen dinsdagavond kwamen liefst 25 ambassadeurs naar het gemeentehuis voor een workshop om de sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen van Haaksbergen in kaart te brengen.Burgemeester Gerrit Jan Kok heette de ambassadeurs welkom. “Goed om te zien dat zoveel mensen willen meedenken over de toekomst van Haaksbergen”, aldus de burgemeester.

 

Hechte gemeenschap

Onder begeleiding van Jan Nekkers van Futureconsult gingen de ambassadeursaan de slag. In kleinere groepen werd druk overlegd en gedebatteerd. Toch kwamen de uitkomsten van de verschillende groepen behoorlijk overeen. Als sterke punt kwam naar voren dat de gemeenschap in Haaksbergen heel hecht is. Ook de ligging in de prachtige natuur is een sterk punt. De relatie tussen het bestuur en de burger werd als zwak punt aangedragen. De aanleg van de N18 wordt als een kans voor Haaksbergen gezien. De aanleg van de N18 kan volgens de ambassadeurs leiden tot meer werkgelegenheid rond de N18, doordat bedrijven zich gaan vestigen langs de weg. Als bedreiging werd de financiële status genoemd waarin de gemeente zich op dit moment bevindt.

 

Resultaat

Aan het eind van de avond constateerde gespreksleider Jan Nekkers dat er mooie resultaten waren geboekt door de ambassadeurs. Volgens de ambassadeurs is het opstellen van de visie ook een kans om te weten waaraan en waar naartoe er gewerkt moet worden. Wel werd er als opmerking meegegeven dat de visie goed onderbouwd moet worden met feiten en onderzoeken. “Dit was de eerste stap in het proces, dus er is nog veel werk aan de winkel”, aldus Jan Nekkers.